Kennisblog

Ben jij als dga voorbereid op de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap?

dinsdag 1 oktober 2019
  
Begin dit jaar is het conceptwetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap gelanceerd. Zoals de naam al suggereert is het wetsvoorstel bedoeld om ál te uitbundig lenen van de eigen BV door directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) aan banden te leggen. Want, zo is de redenering, lenen van de BV mondt te vaak uit in belastingontwijking. Mocht het wetsvoorstel in werking treden, dan belooft dat niet veel goeds, want de maatregelen zijn bepaald draconisch te noemen. Heb je als dga (samen met je partner) meer dan 500.000 euro schuld aan je BV (exclusief eigenwoningschuld)? Dan heb je alle reden om nú al in actie te komen. 


Wat is het probleem?
Wanneer een dga geld nodig heeft voor privé-uitgaven kan deze de BV een dividend laten uitkeren. Daarover is dan 25% (huidig tarief) ‘aanmerkelijkbelangheffing’ verschuldigd in box 2. Het alternatief is een lening sluiten bij de BV. Dan hoef je die 25% niet te betalen. Deze aandeelhoudersleningen zijn de fiscus een doorn in het oog. Niet alleen omdat ze vaak ‘consumptief’ worden gebruikt (voor auto, caravan of vakantie), maar vooral omdat ondernemers volgens de fiscus privé vaak onvoldoende inkomen hebben om de leningen af te lossen of daar geen afspraken over maken. In dat geval zijn het in feite geen schulden, maar verkapte dividenduitkeringen. En dan is er volgens de fiscus dus sprake van belastingontwijking. 

De voorgestelde oplossing
In het conceptwetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap wil men dit probleem als volgt oplossen: wanneer een dga meer dan 500.000 euro leent bij het eigen bedrijf (exclusief schuld in verband met eigen woning), wordt het meerdere aangemerkt als ‘fictief regulier voordeel’ in box 2  en is er ‘aanmerkelijkbelangheffing’ verschuldigd. Dat wil zeggen: er moet over dat meerdere bedrag naar verwachting 26,9% belasting betaald gaan worden in box 2 van de inkomstenbelasting. En dat is ongeacht het doel waarvoor de dga de lening aangaat. Het geldt dus zowel voor consumptieve als voor zakelijke leningen. Alleen de eigenwoningschuld aan de BV blijft buiten schot.

Kritiek
Op het conceptwetsvoorstel in de huidige vorm valt nogal wat aan te merken. Een greep uit de punten van kritiek: - Voor de grens van 500.000 euro tellen ook de schulden aan de vennootschap mee van de partner van de dga, maar ook die van ‘verbonden personen’, zoals kinderen. Dat levert de merkwaardige situatie op dat de dga als ouder belasting betaalt voor de schuld van zijn/haar kind. - Alle leningen worden over één kam geschoren: een lening waarvoor men bij een bank gewoon financiering zou krijgen, leidt als lening bij de eigen vennootschap tot een sanctieheffing. - Wanneer de fictieve dividenduitkering (dus het bedrag boven de 5 ton) door de dga wordt terugbetaald en de vennootschap dit bedrag vervolgens uitkeert als echte dividenduitkering, dan is nogmaals belasting verschuldigd. Er zou dan sprake zijn van dubbele belasting.

Wat is wijsheid?
Gezien de kritiek op het conceptwetsvoorstel ligt het voor de hand dat het op punten nog wordt aangepast. Maar de kans dat het hele wetsvoorstel van tafel gaat, lijkt klein. Want daarvoor is het probleem simpelweg te groot. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap op 1 januari 2022 in werking, met als peildatum 31 december van dat jaar. Wat is nu wijsheid? Wanneer je als dga een schuld van meer dan 5 ton hebt bij je BV, dan is het raadzaam om nu al in actie te komen en, eventueel samen met een specialist, te beoordelen hoe je het beste kunt omgaan met de voorgenomen regelgeving. 

Gert-Jan van der Wielen

0412 641 110
gert-jan@tenzingaccountants.nl 
Delen op Facebook Delen op Twitter Delen op LinkedIn