Kennisblog

Coronakredieten: de vis wordt duur betaald

dinsdag 2 juni 2020
 
Om te voorkomen dat bedrijven door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen heeft de overheid de geldkraan flink opengezet. Maar voor veel bedrijven is dat onvoldoende. Om te kunnen overleven, moeten ze extra leningen afsluiten. Om dat makkelijker te maken heeft de overheid de bestaande Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) verruimd. Maar ondanks de verruimde staatsgarantie zijn banken bepaald niet gul met deze ‘coronakredieten’. Ondernemers klagen dat de vis duur wordt betaald; zij worden geconfronteerd met lange wachttijden, hoge rentes of zelfs afwijzing van hun coronakrediet-aanvragen.
 
 
Voor bedrijven die getroffen zijn door de gevolgen van het coronavirus zet de overheid verschillende steunmaatregelen in, waaronder de verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB-C) en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C). Die verruiming houdt in dat de overheid voor een groter deel garant staat voor de leningen die bedrijven willen afsluiten, maar waarvoor zij niet genoeg zekerheden (onderpand zoals gebouwen, machines) kunnen bieden. De verruimde staatsgarantie verkleint het risico voor banken en vergroot hun mogelijkheden om geld uit te lenen. 

Klachten
De verruimde staatsgarantie voor banken moet ervoor zorgen dat ondernemers in liquiditeitsnood meer en makkelijker kunnen lenen. Maar staatsgarantie of niet, risicobeheersing – en de daarbij behorende veelal stroef verlopende interne procedures van toetsing op formele richtlijnen, kengetallen en zekerheden - is voor banken kennelijk onverminderd heilig. Want in de praktijk regent het klachten van ondernemers die lang moeten wachten, relatief hoge rentes moeten betalen of zelfs van hun bank op voorhand een afwijzing krijgen.

Extra lus

Banken mogen de coronakredieten in de meeste gevallen in eigen beheer verstrekken. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) controleert achteraf of de financiering terecht is verstrekt, alvorens de ingeroepen borgstelling te honoreren. Banken nemen daarom graag het zekere voor het onzekere. Om een afwijzing van de RVO achteraf te voorkomen, leggen ze hun beoordeling veelal vooraf ter toetsing aan de RVO voor. Met name wanneer een onderneming al bivakkeert bij de afdeling Bijzonder Beheer (met als gevolg dat voor de bank, ook los van de coronacrisis, de continuïteit al ter discussie staat), is dit bij sommige banken een standaardprocedure. Die extra lus levert langere wachttijden en daarmee onzekerheid op. Terwijl voor veel ondernemers nu juist haast geboden is. Soms weigeren banken zelfs een aanvraag aan RVO voor te leggen teneinde te voorkomen dat ze met een afwijzing worden geconfronteerd en een slecht imago bij de RVO krijgen.

Ongedekte lening

Naast lange wachttijden worden ondernemers vaak geconfronteerd met een relatief hoog rentetarief, terwijl toch 90% van het coronakrediet is afgedekt door de staat. Banken behandelen het coronakrediet soms als ongedekte lening of laten dit ‘meelopen’ in de tarifering voor de overige financieringen en hanteren het daarvoor gebruikelijke (hoge) rentetarief. Óók voor het deel van het bedrag waarvoor de overheid garant staat. Opmerkelijk genoeg ook omdat de overheid voorschrijft dat de banken hun ‘gebruikelijke tarievenmatrix’ moeten hanteren: deze is echter gebaseerd op de kredietkwaliteit van de onderneming als geheel en niet op de specifieke coronalening. De vis wordt dus ook letterlijk duur betaald. Overigens biedt het coronakrediet maar tijdelijk soelaas, want je schuld neemt toe en ook de belasting van je kasstroom, wanneer deze dure lening - in doorgaans 2 tot 4 jaar - weer terugbetaald moet worden. 

Op slot
Een extra complicerende factor voor ondernemers die dringend financiering nodig hebben is het gegeven dat banken momenteel op slot zitten voor nieuwe klanten. Je bent dus aangewezen op je eigen bank. Krijg je daar nul op het rekest, dan sta je met je rug tegen de muur. Wat overblijft zijn investeerders met geld op de plank die hun kans schoon zien om noodlijdende bedrijven voor een prikkie over te nemen.

Kans van slagen

Hoewel je als ondernemer momenteel dus heel wat serieuze hindernissen te nemen hebt, is het niet zo dat elke aanvraag voor coronafinanciering bij voorbaat kansloos is. Een aanvraag binnen de BMKB-C heeft een redelijke kans van slagen. Mits de aanvraag is voorzien van een gedegen liquiditeitsprognose en mits je kunt aantonen dat je bedrijf ‘in de kern gezond’ is, en dat je bovendien in staat bent om de lening na de crisis af te lossen. Heel anders is dat voor de grotere financieringsaanvragen binnen de GO-C (grofweg vanaf anderhalf miljoen). Deze trajecten verlopen ronduit moeizaam. En dat geldt zeker voor complexe kredietstructuren en/of bedrijven ‘in bijzonder beheer’. 

Hobbelige weg

Als je als ondernemer de hobbelige weg van een coronakredietaanvraag in moet, doe je er goed aan om je bij de voorbereiding en onderhandelingen te laten begeleiden en adviseren door een deskundige. Want was het vóór de coronacrisis voor veel MKB-ondernemers al lastig om aan een passende bancaire financiering te komen, nu blijkt dat ook het verkrijgen van coronafinanciering een moeilijk begaanbare weg is. En dat wordt met name veroorzaakt door de procedure: vanwege de onzekerheid over de honorering van de afgegeven borgstelling, kiezen banken voor toetsing vooraf door de – overbezette – RVO of wijzen nog zelfs voordat RVO is ingeschakeld de aanvraag af in de veronderstelling dat RVO deze (uiteindelijk) niet zal honoreren. Het traject wordt daardoor bepaald bureaucratisch. Een prima instrument van de overheid wordt zo onnodig bot gemaakt. 

John Verheijen

0412 692 565
john.verheijen@straefin.nl  
 
Delen op Facebook Delen op Twitter Delen op LinkedIn