Kennisblog

Maximaal besparen op vennootschapsbelasting

dinsdag 6 oktober 2020
  
Het kabinet heeft op Prinsjesdag het Belastingplan 2021 gepresenteerd. Een van de voorstellen in het plan is een verlaging van het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5% naar 15%. Tegelijkertijd wordt de belastingschijf voor dit tarief verlengd. Dit levert op zichzelf al een aanzienlijke belastingbesparing op. Maar het is bovendien interessant om te bekijken hoe je die belastingbesparing kunt maximaliseren.
 

De voorgestelde wijziging betekent concreet dat het tarief van 15% in 2021 moet gaan gelden voor een hoger bedrag aan belastbare winst, namelijk tot € 245.000 in plaats van tot € 200.000, en in 2022 zelfs tot € 395.000. Voor winst boven dat bedrag blijft in het voorstel het hoge tarief van 25% van kracht. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer het Belastingplan 2021 aannemen, treedt het per 1 januari 2021 in werking. 

Besparing
De voorgestelde wijziging in de vennootschapsbelasting levert een aanzienlijke besparing op. Een rekenvoorbeeld: stel dat je bv over 2021 een belastbare winst heeft van € 300.000, dan betaal je in de nieuwe situatie € 50.500 (15% x € 245.000 + 25% x € 55.000) aan vennootschapsbelasting. En over 2022 zou je € 45.000 aan vennootschapsbelasting moeten betalen (15% x € 300.000), terwijl je bij deze winst over 2020 nog € 58.000 (16,5% x € 200.000 + 25% x € 100.000) zou hebben betaald.

Optimaal profiteren van laag tarief

Wil je die besparing maximaliseren, dan zou je optimaal gebruik moeten maken van het lage tarief in de betreffende (verlengde) belastingschijf. Dat kan door de fiscaal-juridische structuur van je onderneming te herzien. Je hebt dan twee mogelijkheden: je kunt een herstructurering doorvoeren of je kunt de fiscale eenheid (van een moedervennootschap en een of meerdere werk-bv’s) verbreken of verkleinen. 

Herstructureren

De bv uit het rekenvoorbeeld is met € 300.000 belastbare winst € 50.500 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Zou je die bv herstructureren, ofwel opsplitsen - bijvoorbeeld in een productie-bv met € 100.000 winst en een verkoop-bv met € 200.000 winst - dan ontstaan twee belastingplichtige eenheden die beide het lage tarief kunnen toepassen. Je betaalt in 2021 dan in totaal niet € 50.500 vennootschapsbelasting, maar € 45.000 (15% x €100.000 + 15% x € 200.000). 

Fiscale eenheid verbreken
Is er sprake van een fiscale eenheid, dan kan het lage tarief maar één keer worden toegepast. Door de fiscale eenheid te verbreken of te verkleinen, ontstaan meerdere zelfstandig belastingplichtige eenheden die allemaal het lage tarief over de eerste € 245.000 van de belastbare winst kunnen toepassen. Ook in dit geval betaal je dan over de verschillende belastingplichtige eenheden in totaal beduidend minder vennootschapsbelasting dan over het geheel van de fiscale eenheid.

Mooi meegenomen

Natuurlijk kleven aan beide opties ook nadelen. Zo gaat een belangrijk voordeel van de fiscale eenheid - namelijk de mogelijkheid om verliezen van de ene maatschappij te verrekenen met winsten van een andere maatschappij in de eenheid - verloren wanneer je de fiscale eenheid verbreekt. Het is dan ook raadzaam om een deskundige in de arm te nemen die je helpt om de voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Maar ook als je voor geen van beide opties kiest, dan nog levert de voorgestelde wijziging in de vennootschapsbelasting een besparing op. En dat is mooi meegenomen.


Gert-Jan van der Wielen


0412 641 110
gert-jan@tenzingaccountants.nl
 
Delen op Facebook Delen op Twitter Delen op LinkedIn