Het klinkt voor veel ondernemers heel logisch. Je hebt samen een BV, de samenwerking loopt volledig vast, er zijn vooral schulden en er is nauwelijks nog perspectief. Dan denk je: ik richt gewoon een nieuwe BV op, ga verder met dezelfde klanten en laat de oude BV achter. Probleem opgelost, toch? Helaas: zo eenvoudig is het meestal niet. Je kunt namelijk te maken krijgen met bestuurdersaansprakelijkheid. En dat betekent dat niet alleen je BV, maar ook jij privé in de problemen kunt komen.
Waarom een nieuwe BV niet automatisch een schone lei is
Vaak denken ondernemers dat een BV alle risico’s afschermt. Dat is deels waar: in principe is de BV aansprakelijk voor haar eigen schulden. Maar bestuurders gaan niet altijd vrijuit. Zeker niet als ze bewust handelen op een manier waardoor schuldeisers worden benadeeld. Een voorbeeld dat vaak voorkomt: een van de twee aandeelhouders-bestuurders van een 50/50-BV richt een nieuwe BV op, neemt dezelfde klanten en werkzaamheden mee en laat de schulden achter in de oude BV. Op papier lijkt de oude BV misschien weinig of niets meer waard, maar dat betekent niet dat je schuldeisers met lege handen kunt laten staan.
De spelregels in het kort
Bestuurdersaansprakelijkheid is aan de orde als een bestuurder onzorgvuldig of bewust benadelend handelt. Een paar vuistregels. Betaal je bepaalde schuldeisers wel en laat je anderen bewust achter? Dat kan problemen opleveren. Haal je waarde, zoals klanten, contracten, voorraden of goodwill, uit de oude BV weg terwijl schuldeisers daardoor niets meer kunnen verhalen? Dan wordt het risico groter. Of ga je met een nieuwe BV precies hetzelfde doen, zonder de oude situatie netjes af te wikkelen? Ook dat kan aanleiding zijn voor aansprakelijkheid. In juridische termen wordt dat ‘verhaalsfrustratie’ genoemd: je maakt het voor schuldeisers onmogelijk of veel moeilijker om hun geld nog terug te krijgen.
Ook de nieuwe BV kan worden aangesproken
Wat veel ondernemers niet weten, is dat niet alleen de bestuurder risico loopt. Ook de nieuwe BV zelf kan aansprakelijk worden gesteld als zij profiteert van het onrechtmatig benadelen van schuldeisers. Denk aan het overnemen van klanten, omzet of activiteiten terwijl duidelijk is dat de oude BV daardoor leeg achterblijft. Met andere woorden: het probleem verhuist automatisch mee naar de nieuwe BV.
Wat dan wel?
Als een samenwerking in een 50/50-BV volledig is vastgelopen, is het meestal verstandiger om eerst te kijken naar een ordentelijke afwikkeling. Dat kan bijvoorbeeld via afspraken tussen de aandeelhouders, verkoop van aandelen, een herstructurering of, als het echt niet anders kan, een gecontroleerde beëindiging van de onderneming. Dat kost weliswaar tijd en geld, maar is uiteindelijk vaak veel goedkoper dan een procedure waarin een curator of schuldeiser je persoonlijk aansprakelijk stelt.
De belangrijkste les
De gedachte “ik begin gewoon opnieuw” is begrijpelijk. Zeker als een onderneming muurvast zit. Maar een nieuwe BV is geen magische resetknop. Wie activiteiten, klanten of waarde overhevelt en schuldeisers achterlaat, kan uiteindelijk zelf de rekening gepresenteerd krijgen.
Raadpleeg een specialist
Twijfel je of een doorstart of nieuwe BV in jouw situatie verstandig is? Dan is het raadzaam om een specialist te raadplegen, zoals de ondernemingsrechtexperts van TEN Advocaten. Die kunnen je ondersteunen met advies en toetsen welke risico’s er spelen. Zo voorkom je dat jouw poging om problemen achter je te laten juist nieuwe problemen creëert.